Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Onder 2.23. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.

In de nieuwe Algemene verordening gegevensbescherming, die Richtlijn 95/46/EG zal gaan vervangen, is in art. 17 een bepaling opgenomen op grond waarvan de betrokkene kan verlangen dat zijn persoonsgegevens worden verwijderd . De gronden voor verwijdering zijn, kort samengevat: a) de gegevens zijn niet langer nodig voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins zijn verwerkt; b) intrekken toestemming tot verwerking (zonder dat een andere grondslag voor verwerking overblijft); verstrijken van de toegestane termijn voor opslag; c) bezwaar van de betrokkene tegen verwerking (zie art. 21); d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt; e) de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een in het Unierecht wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust; f) de persoonsgegevens hebben betrekking op een minderjarige. In het derde lid staan de uitzonderingen, waaronder ook de noodzaak tot bescherming van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 47409 tot 48563.