Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.
In het arrest Google/Costeja (punt 68) overweegt het Hof van Justitie dat Richtlijn 95/46/EG noodzakelijkerwijs moet worden uitgelegd op basis van de grondrechten, die deel uitmaken van algemene rechtsbeginselen waarvan het Hof van Justitie de eerbiediging verzekert en die in het Handvest Grondrechten zijn opgenomen. In punt 74 overweegt het Hof van Justitie dat op grond van art. 7 onder f van Richtlijn 95/46/EG persoonsgegevens kunnen worden verwerkt indien de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de voor de verwerking verantwoordelijke persoon of instantie of van de derde(n) aan wie de gegevens worden verstrekt, mits het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene en met name zijn recht op eerbiediging van zijn privéleven bij de verwerking van persoonsgegevens, niet prevaleren. Aldus brengt de toepassing van artikel 7 onder f van de richtlijn noodzakelijkerwijs mee dat een afweging plaatsvindt van de aan de orde zijnde tegengestelde rechten en belangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 52769 tot 53819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e | shasum -a 256