Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.

Bij onderling botsende grondrechten waartussen het juiste evenwicht moet worden gevonden, verdient m.i. aandacht dat – ook in het arrest Google/Costeja (punt 81) − wordt gesproken over de rechten en belangen van velerlei belanghebbenden, maar dat in een geding voor de burgerlijke rechter waarin het gaat om het vaststellen van de rechtsbetrekking naar burgerlijk recht tussen de procespartijen onderling, niet altijd alle potentiële belanghebbenden vertegenwoordigd (kunnen) zijn. Wat bijvoorbeeld het belang van ‘de internetgebruiker die potentieel toegang tot de betrokken informatie wil krijgen’ of van ‘het publiek’ in de te maken afweging vergt, kan door de rechter niet steeds exact worden vastgesteld in een procedure waarin die internetgebruiker of waarin het publiek geen partij is. De burgerlijke rechter kan, gebonden als hij is aan de grenzen van de rechtsstrijd, wel ingaan op stellingen of verweren daaromtrent van de partijen die in het geding zijn verschenen. In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter overwogen dat twee fundamentele rechten in het geding zijn, te weten het recht op privacy van eiser en het recht op informatievrijheid van Google Inc, “terwijl ook de belangen van de internetgebruikers, webmasters en aanbieders van informatie op het internet in het oog gehouden moeten worden” (rov. 4.7 Rb).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 59453 tot 60816.