Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1117.

De consequenties van de bedoelde (mijns inziens onjuiste) rechtsopvatting blijken bijvoorbeeld uit Rechtbank Noord-Holland 3 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11564, NJF 2015/70. In die zaak had een interne afdeling van de franchisegever (Albert Heijn) onderzoek verricht en op die basis aan de aspirant-franchisenemer een omzetprognose verstrekt. Er bleek nóg een omzetprognose te zijn, die de franchisegever intern had gehouden en die significant lager was dan de aan de aspirant-franchisenemer verstrekte prognose. De rechtbank overweegt dat de franchisegever geen afdoende verklaring heeft gegeven voor het verschil tussen de beide prognoses en neemt op die grond aan dat de aan de franchisenemer verstrekte prognose onzorgvuldig is tot stand gekomen. Niettemin meent de rechtbank dat gelet op het arrest Paalman/Lampenier geen sprake kan zijn van een tekortkoming en dat ook het beroep op onrechtmatige daad moet falen. Gelukkig voor de franchisegever komt deze wel verder met het wilsgebrek dwaling in combinatie met wijziging van de overeenkomst op grond van art. 6:230 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f8781926bf15c7278db5fd79ba99b3aa336fc92cfc1bc9de6415d36c5c698ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f8781926bf15c7278db5fd79ba99b3aa336fc92cfc1bc9de6415d36c5c698ce, en de alinea staat in dat document op bytes 30080 tot 31273.