Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:112.

Het hof heeft zijn beschikking van 22 april 2015 uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De RSD kon daarom overgaan tot tenuitvoerlegging van de beschikking en heeft in de brief van 30 mei 2015 betaling verlangd van het bedrag waartoe de man was veroordeeld. Dat bedrag berustte op een tussen partijen ter zitting in hoger beroep bereikte overeenstemming met betrekking tot de verhaalsbijdrage over het tijdvak tot 1 januari 2015 (zie rov. 6). Dit laat onverlet dat de RSD bezwaar kon hebben tegen de afwijzing van de verzochte verhaalsbijdrage over het tijdvak vanaf 1 januari 2015. De uitlating in deze brief, dat de RSD zich “conformeert aan de uitspraak”, is voor meer dan één uitleg vatbaar. Eén mogelijke uitleg is inderdaad die welke door de man wordt verdedigd, te weten dat de RSD zich had neergelegd bij de afwijzing van het inleidend verzoek met betrekking tot de periode vanaf 1 januari 2015. Daartegenover staat dat uit de brief niet ondubbelzinnig volgt dat de RSD geen beroep in cassatie zal instellen tegen het gedeelte van de uitspraak waarin zij in het ongelijk was gesteld . De volzin waarin de RSD zich ‘conformeert’ aan de uitspraak van het hof berust uitdrukkelijk op de veronderstelling dat, wat betreft de periode vanaf 1 januari 2015, de verzochte verhaalsbijdrage door het hof was afgewezen op grond van een ontoereikende draagkracht van de man. Uit de motivering van de bestreden beschikking (rov. 8) blijkt dat dit uitsluitend geldt ten aanzien van de vraag of de man – naast een in het kader van de echtscheidingsprocedure vast te stellen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de vier kinderen – nog draagkracht had om ook een bijdrage te betalen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Het hoofdargument in rov. 8 is evenwel: dat naar het oordeel van het hof met ingang van 1 januari 2015 geen verhaalsrecht meer bestaat ter zake van de ten behoeve van de kinderen gemaakte kosten van bijstand. In dit geding is geen beroep gedaan op enige begeleidende mondelinge mededeling of op andere relevante gedragingen van de zijde van de RSD buiten deze brief. Dat de mededeling in de brief niet in overeenstemming is met de motivering in rov. 8 was kenbaar voor de man en die mededeling is daarom niet ondubbelzinnig. Het beroep op berusting gaat naar mijn mening niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b574ee3059a127cf3c2485bc123b36f6e87189fdda8990ed988b25f26872855f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b574ee3059a127cf3c2485bc123b36f6e87189fdda8990ed988b25f26872855f, en de alinea staat in dat document op bytes 10530 tot 12935.