Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1120.
In de bestreden overwegingen ligt onmiskenbaar besloten dat het hier gaat om de toereikende schijn van vertegenwoordigings bevoegdheid : die stond tussen partijen ter discussie, niet het feit dat mr. De Wit zich in de onderhandelingen heeft gedragen als een vertegenwoordiger van [verzoeker]. Dat het hof een toereikende schijn van vertegenwoordigings bevoegdheid voor ogen heeft gehad, volgt bovendien uit de (reeds geciteerde) passage in rov. 3.9, waarin het hof uitdrukkelijk over de schijn van vertegenwoordigings bevoegdheid spreekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a03b6bf383d696f83d287c6179907de9aedf4c4d12eb1ba8b80a0ea8dce65063. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a03b6bf383d696f83d287c6179907de9aedf4c4d12eb1ba8b80a0ea8dce65063, en de alinea staat in dat document op bytes 32591 tot 33244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a03b6bf383d696f83d287c6179907de9aedf4c4d12eb1ba8b80a0ea8dce65063 | shasum -a 256