Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1120.
Subonderdeel 2.2 betoogt dat de verkeersopvattingen niet meebrengen dat uit het optreden van een advocaat voor zijn cliënt in de genoemde omstandigheden een toereikende schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid, althans niet in een geval zoals het middel het onderhavige geval omschrijft, waarin die advocaat − buiten rechte en zonder in een geschil met de wederpartij op te treden − na benaderd te zijn door een wederpartij, informatie geeft en mededelingen doet over een vastgoeddeal van zijn cliënt .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a03b6bf383d696f83d287c6179907de9aedf4c4d12eb1ba8b80a0ea8dce65063. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a03b6bf383d696f83d287c6179907de9aedf4c4d12eb1ba8b80a0ea8dce65063, en de alinea staat in dat document op bytes 39034 tot 39684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a03b6bf383d696f83d287c6179907de9aedf4c4d12eb1ba8b80a0ea8dce65063 | shasum -a 256