Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1124.

Subonderdeel 2.1 ziet op rov. 4.16 TB voor zover het hof daarin, aansluitend op de zojuist geciteerde overweging dat de aanspraak op afstorting afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval, overweegt: “Dat bij het vormen van de pensioenvoorziening de verzorgingsgedachte niet voorop heeft gestaan, zoals de vrouw stelt, is daarbij voor het hof niet van belang.” Volgens de klacht heeft het hof aldus miskend dat de eisen van redelijkheid en billijkheid (kunnen) meebrengen dat – zo begrijp ik – in het licht van genoemde (hypothetische) omstandigheid de pensioenverevening achterwege kan blijven en de vrouw niet tot afstorting verplicht is. Daarbij zou tevens van belang zijn (i) dat de man zich niet binnen de door de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (hierna: WPV) gestelde termijn van twee jaar bij de pensioenuitvoerder ( [A] B.V.) heeft gemeld en (ii) dat, zo begrijp ik, uit art. 11 WPV volgt dat echtgenoten bij overeenkomst van pensioenverevening kunnen afzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8861202b73a2e47344e5093353d225e5938b20d7f2cc9edd60a6499750fe0b16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8861202b73a2e47344e5093353d225e5938b20d7f2cc9edd60a6499750fe0b16, en de alinea staat in dat document op bytes 41841 tot 43000.