Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016
Onder 2.18.1 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1124.
Subonderdeel 2.3 klaagt in de eerste plaats dat in het licht van de stellingen van de vrouw onbegrijpelijk is het oordeel in rov. 2.15 EB dat tussen partijen niet in geschil is dat (i) aan de voorwaarden die de deskundige had gesteld voor zijn oordeel dat [A] B.V. in staat is om het betreffende bedrag af te storten inmiddels is voldaan, (ii) [A] B.V. thans over voldoende liquide middelen beschikt om het aandeel van de man in de pensioenvoorziening werkelijk af te storten en (iii) de directe bedrijfsvoering daardoor niet bedreigd wordt. Het subonderdeel plaatst de onder (ii) en (iii) genoemde punten onder één noemer (ii), maar mijns inziens zijn dit van elkaar te onderscheiden punten in de overwegingen van het hof. De door de deskundige geformuleerde voorwaarden waren dat twee vorderingen van [A] B.V., namelijk een lening inzake de eigen woning en een rekening-courant-vordering op de bestuurder, daadwerkelijk op termijn worden ontvangen (zie ook rov. 2.12, slot).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8861202b73a2e47344e5093353d225e5938b20d7f2cc9edd60a6499750fe0b16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8861202b73a2e47344e5093353d225e5938b20d7f2cc9edd60a6499750fe0b16, en de alinea staat in dat document op bytes 45897 tot 46938.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8861202b73a2e47344e5093353d225e5938b20d7f2cc9edd60a6499750fe0b16 | shasum -a 256