Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1128.

De klacht in subonderdeel 2.1.1-ii houdt in dat hof, hoewel het uitgaat van een ontbinding per 11 februari 2011, de verplichting van [verweerder] tot het betalen van een ongedaanmakingsvergoeding voor het genot dat hij van het restaurant heeft gehad zonder nadere motivering per juni 2010 laat stoppen. Dit oordeel getuigt, zo wordt gesteld, van een onjuiste rechtsopvatting en is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk. Immers, zo wordt betoogd, als de overeenkomst wordt ontbonden vervallen alleen de verbintenissen voor de toekomst, dus de verplichting om een huur- en huurkoopsom te betalen. De verbintenissen die tot die tijd hebben gegolden, blijven onaangetast. Het hof had dus moeten beslissen over de periode van juni 2010 tot februari 2011.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe, en de alinea staat in dat document op bytes 14758 tot 15573.