Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.4.1 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1128.

De klacht stelt de vraag naar de werking van een ontbinding als bedoeld in artikel 6:265 BW aan de orde, in het bijzonder voor wat betreft de ongedaanmakingsverplichting als bedoeld in artikel 6:271 BW. Anders dan onder het BW van vóór 1 januari 1992 – [toen werd aan de ontbinding van een overeenkomst wegens wanprestatie een verval van alle verbintenissen tot de datum van contractsluiting verbonden] –, doet de ontbinding thans de ten tijde van de ontbinding nog niet nagekomen verbintenissen vervallen en doet zij verder ter zake van de ten tijde van de ontbinding al nagekomen verbintenissen een verplichting tot ongedaanmaking van het gepresteerde ontstaan. Voor het geval dat de aard van de prestatie feitelijke ongedaanmaking uitsluit, dient voor de verrichte prestatie een vergoeding te worden betaald ten belope van de waarde die de prestatie op het moment van ontvangst had; zie de artikelen 6:269, 271 en 272 BW. ( )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe, en de alinea staat in dat document op bytes 15665 tot 16741.