Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1128.

In subonderdeel 2.1.2-i t/m vii zijn een aantal klachten opgenomen die op het volgende betrekking hebben. In rov. 3.2 stelt het hof vast dat [verweerder] in verband met de huurkoop een bedrag van € 60.000,- aan Kogra heeft betaald en dat dit bedrag ingevolge de ontbinding van de huurkoopovereenkomst weer aan [verweerder] moet worden terugbetaald. Maar in rov. 3.4 geeft het hof te kennen dat bij de gehoudenheid tot terugbetalen van dit bedrag rekening moet worden gehouden met het gegeven dat [verweerder] gedurende de periode oktober 2009 tot en met mei 2010 de mogelijkheid heeft gehad het restaurant te exploiteren en dat hij in verband hiermee uit hoofde van diens ongedaanmakingsverplichting aan Kogra een vergoeding dient te betalen. Omtrent die vergoeding heeft Kogra in haar memorie van grieven, sub 43 opgemerkt: “Dit houdt in dat die € 60.000,- moet worden gedeeld door 30 maanden (2,5 jaar), hetgeen neerkomt op een bedrag van € 2.000,- per maand. Dit vermenigvuldigd met 8 maanden (oktober 2009 t/m mei 2010), komt neer op een bedrag van € 16.000,- (8 x €2.000,-).” In zijn memorie van antwoord bestrijdt [verweerder] sub 27 deze berekening van Kogra van de vergoeding. Deze bestrijding komt hierop neer dat de looptijd van de tussen partijen gesloten huurkoopovereenkomst dient te worden aangehouden en dat die looptijd 27 maanden (te weten van 1 oktober 2009 tot 1 januari 2012) bedraagt. Uit de in appel overgelegde Pleitnotities en het proces-verbaal van de pleidooizitting valt af te leiden dat dit thema tijdens het pleidooi in appel door partijen niet opnieuw is aangesneden. Het hof volgt een andere weg bij de bepaling van de vergoeding. Het hof neemt tot uitgangspunt de waarde van het horecabedrijf, welke waarde het hof vaststelt op € 195.000,-. Daarop laat het hof volgen: “Uitgaande van genoemde waarde van het horecabedrijf van € 195.000,-, een (niet onredelijk) rendement van 10 procent per jaar en een gebruik van acht maanden komt het hof uit op een bedrag van € 13.000,00.” Een en ander voert het hof tot de conclusie dat op Kogra uit hoofde van de ongedaanmakingsverplichting ter zake van de ontvangen € 60.000,- per saldo een verplichting tot terugbetaling van € 47.000,- aan [verweerder] rust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe, en de alinea staat in dat document op bytes 17994 tot 20370.