Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.12.1 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1128.

In dit subonderdeel wordt uit het oog verloren dat in rov. 3.6 het hof niet in algemene zin oordeelt dat er niets met de borgsom van € 10.000,- valt te verrekenen. In rov. 3.6 oordeelt het hof niet meer dan dat er nog geen sprake was van tegenvorderingen van Kogra, toen de kantonrechter in zijn tussenvonnis van 31 maart 2011 over de terugbetaling door Kogra aan [verweerder] van de borgsom van € 10.000,- had te beslissen. Die werden pas, zo neemt het hof aan, in appel ingesteld. Binnen dat kader bezien, geeft het hof geen onjuist of onbegrijpelijk oordeel. Beoordeeld naar het moment van het wijzen van het tussenvonnis d.d. 31 maart 2011, kon er inderdaad bij gebreke van toen door Kogra nog niet ingestelde tegenvorderingen van verrekening door de kantonrechter met tegenvorderingen van Kogra nog geen sprake zijn. Het oordeel van het hof in rov. 3.6 heeft geen betrekking op de mogelijkheid van verrekening van de borgsom van € 10.000,- met door Kogra na het uitspreken van het tussenvonnis d.d. 11 maart 2011 ingestelde vorderingen. Een en ander brengt mee dat subonderdeel 2.2.2 Kogra niet kan baten, omdat het onderdeel feitelijke grondslag respectievelijk belang mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0edecbaa2c29774da143150c4bc5423ae88727cfe1a1bed9336eda7806fb7fe, en de alinea staat in dat document op bytes 36808 tot 38007.