Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1130.
Uit de bovenvermelde jurisprudentie volgt dat vergoedingen van immateriële schade c.q. verlies aan arbeidskracht die door een werkgever op grond van diens aansprakelijkheid zijn verschuldigd aan een werknemer wegens een aan deze werknemer overkomen ongeval, in beginsel niet behoren tot het loon. Zij vinden namelijk niet zozeer hun grondslag in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moeten worden aangemerkt. Dat is anders ingeval van bijzondere omstandigheden, zoals bepaalde afspraken in de arbeidsovereenkomst of de toepassing van een rechtspositionele regeling. In dat geval vloeit de vergoeding klaarblijkelijk voort uit de tussen de werknemer en de werkgever bestaande rechtsverhouding. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden wordt een voordeel dat de werkgever ingevolge een uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting aan de werknemer verschaft, niet geacht te zijn genoten uit dienstbetrekking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94, en de alinea staat in dat document op bytes 47172 tot 48149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94 | shasum -a 256