Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 4.37 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1130.

(…) 4. (…) De eerste vraag is dan of hier a priori sprake is van loon in de zin van art. 10 Wet LB 1964. Daarvoor moet de werknemer een voordeel zijn toegekomen dat in voldoende verband met de dienstbetrekking staat om van loon te kunnen spreken. Nu feitelijk is vastgesteld dat de waarde in het economische verkeer van de vorderingen lager is dan 100% kan over die vraag hier weinig discussie bestaan: de werknemer krijgt voor zijn vordering meer dan de marktwaarde en wordt derhalve bevoordeeld zodat aan de voordeelseis wordt voldaan. Nu dit berust op een arbeidsvoorwaardelijke regeling is het verband met de dienstbetrekking een gegeven. De politieagent ontvangt dit voordeel duidelijk in de hoedanigheid van werknemer en ik neem aan dat de Hoge Raad daarom dit onderdeel met toepassing van art. 81 Wet RO heeft afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94, en de alinea staat in dat document op bytes 87524 tot 88368.