Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Onder 4.38 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1130.
Door zijn vordering op de dader van de immateriële schadevergoeding over te dragen op de werkgever (de politieregio), geniet een agent in beginsel loon ex art. 10 lid 1 Wet LB 1964. De Hoge Raad licht dit onderdeel van zijn oordeel niet nader toe. Een passende verklaring vinden we wel in de uitspraken van de rechtbank en het hof. Zie bijvoorbeeld r.o. 4.1 van de hofuitspraak: “De Rechtbank heeft geoordeeld dat de overname van de vordering door belanghebbende tegen betaling van de nominale waarde een op geld te waarderen voordeel voor de agent vertegenwoordigt, bestaande uit het liquiditeitsvoordeel, beperking van het verhaalsrisico en besparing van invorderingskosten. Voorts heeft de Rechtbank geoordeeld dat het voordeel dat de agent hiermee geniet door hem uit zijn dienstbetrekking tot belanghebbende wordt genoten.” Feitelijk stond immers vast dat de waarde van dit soort vorderingen slechts 28% van de nominale waarde bedraagt. Het voordelige verschil van 72% van de vordering en het uitsparen van invorderingskosten ontleent de agent aan een rechtspositionele regeling (art. 69 BARP).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94, en de alinea staat in dat document op bytes 92078 tot 93195.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a20fbb2a4538f2cb2718625d8cbad21f7e13a92d64c6b84bab3ee5e2f6426f94 | shasum -a 256