Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:114.
Ook overigens faalt het onderdeel. [eiseres] heeft in de memorie van grieven (nrs. 14-17) aangevoerd dat [verweerder 2] jegens haar had aangegeven dat hij niet tot opeising van zijn vordering ter grootte van de legitieme portie jegens [eiseres] wenste over te gaan en dat zij daarom erop mocht vertrouwen dat [verweerder 2] een dergelijke opeising achterwege zou laten, zodat [verweerder 2] zijn recht heeft verwerkt om dat op een later moment alsnog te doen. In de memorie van antwoord zijdens [verweersters] (paragrafen 26-29) wordt daartegen aangevoerd dat [verweerder 2] weliswaar niet direct na het overlijden van erflater uitkering heeft verlangd van de legitieme portie, maar dat hij nimmer zijn recht heeft opgegeven op enig moment wel de feitelijke uitkering te verlangen. Gezien dit partijdebat acht ik niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd het oordeel van het hof in dit kort geding dat [verweerder 2] niet zijn recht heeft verwerkt zijn vordering ter grootte van de legitieme portie te zijner tijd (in ieder geval na het overlijden van [eiseres] ) geldend te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff, en de alinea staat in dat document op bytes 54643 tot 55743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff | shasum -a 256