Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:114.
Zie hierover ook M.J.A. van Mourik, Erfrecht (Monografieën Privaatrecht 1), 2013, nr. 40.1 en 40.2, die aantekent dat het niet-opeisbaar verklaren van de vorderingen van de kinderen naar oud recht in beginsel strijd oplevert met de rechten van de kinderen als legitimaris, dat de ouderlijke boedelverdeling die bevoegdheid tot het niet-opeisbaar verklaren als zodanig niet verschafte doch dat de kinderen doorgaans machteloos stonden tegenover deze niet-opeisbaarheid aangezien deze werd ondersteund met het beroep op het bestaan van een natuurlijke verbintenis tot verzorging van de langstlevende echtgenoot. Van Mourik voegt hieraan toe dat dit onder het oude recht nogal eens leidde tot discussies over de vraag of en in hoeverre de niet-opeisbaarheid daadwerkelijk strekte tot voldoening aan een dergelijke natuurlijke verbintenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff, en de alinea staat in dat document op bytes 23807 tot 24659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff | shasum -a 256