Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:114.

Jongbloed betoogt dat indien de vordering die de beslaglegger stelt te hebben en ter verzekering waarvan hij conservatoir beslag heeft gelegd, niet bestaat, het conservatoire beslag dient te worden opgeheven wegens ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht. Onder omstandigheden acht Jongbloed echter mogelijk dat conservatoir beslag wordt gelegd voor vorderingen die nog niet opeisbaar zijn en voor toekomstige vorderingen. Hij laat het antwoord op de vraag wanneer en in welke gevallen conservatoir beslag voor een nog niet opeisbare vordering, aanvaardbaar is, mede afhangen van de mate waarin de beslagene door het beslag gehinderd wordt. De mate van hinder zal uiteraard van de omstandigheden van het concrete geval afhangen. Zie A.W. Jongbloed, Executierecht, 2014, p. 113 en p. 118.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff, en de alinea staat in dat document op bytes 39521 tot 40344.