Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:114.
Voorts wijs ik erop dat het hof eraan lijkt te refereren (zie rov. 3.8 en het slot van rov. 3.5 waar het hof spreekt over “eventuele niet-opeisbaarheid”) dat naar zijn oordeel in de hoofdprocedure geoordeeld zou kunnen worden dat de vordering opeisbaar is nu [eiseres] de voormalige echtelijke woning heeft verkocht. Van een zelfstandig dragende grond is naar mijn oordeel evenwel geen sprake nu het hof in rov. 3.5 vooropstelt dat het in dit onderhavige kort geding (hoofdzakelijk) erom gaat in hoeverre de (eventuele) niet-opeisbaarheid van de vorderingen tot opheffing van het beslag zou moeten leiden en het hof die vraag beantwoordt en daarbij niet ingaat op de opeisbaarheid van de vorderingen gelet op de positie van de legitimarissen naar oud recht (waarover hiervoor onder 10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff, en de alinea staat in dat document op bytes 50456 tot 51268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b43291371eab74f8be79007a733355293d58a350bc53c3f3e9c39962ed80f3ff | shasum -a 256