Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1150.

2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21ecc6437148b4c90c0453bf6821ac02e7ab566529de3747734a5eb651c5a8dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21ecc6437148b4c90c0453bf6821ac02e7ab566529de3747734a5eb651c5a8dd, en de alinea staat in dat document op bytes 16463 tot 16757.