Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1150.
Indien het dossier en het verhandelde ter terechtzitting zodanige duidelijke aanwijzingen bevatten dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat twee of meer, bekende of onbekende, daders gezamenlijk de beschikking hebben of gedurende zekere tijd de beschikking hebben gehad over de gehele opbrengst van het strafbare feit en de betrokkene als een van die daders geen, dat vermoeden ontzenuwende, gegevens daaromtrent verschaft - op welke situatie de wetgever bij invoering van het huidige art. 36e, zevende lid, Sr in het bijzonder het oog had - kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel aan de betrokkene toerekenen. In zo een geval mag worden aangenomen dat het opleggen van de ontnemingsmaatregel voor het gemeenschappelijke geheel van het verkregen voordeel het met de ontnemingsmaatregel beoogde reparatoire karakter heeft.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21ecc6437148b4c90c0453bf6821ac02e7ab566529de3747734a5eb651c5a8dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21ecc6437148b4c90c0453bf6821ac02e7ab566529de3747734a5eb651c5a8dd, en de alinea staat in dat document op bytes 22791 tot 23690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21ecc6437148b4c90c0453bf6821ac02e7ab566529de3747734a5eb651c5a8dd | shasum -a 256