Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1155.

12. In het licht van de voormelde omstandigheden meen ik dat er thans een opening is om tot aanvaarding van het standpunt te komen dat het verstrekken van een ondertekende bijzondere volmacht voor het instellen van een rechtsmiddel in een bijlage bij een e-mail thans niet (meer) aan de ontvankelijkheid van de verdachte in het ingestelde (cassatie)beroep in de weg hoeft te staan. Overigens, in de onderhavige zaak speelt daarbij, anders dan in HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3253, NJ 2015/473, de vraag naar aanwezigheid van een bij de verdachte opgewekt vertrouwen door (onjuiste) verstrekte ambtelijke informatie geen rol, nu concrete aanwijzingen daarvoor ontbreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05d358bf3f28dc0fc0fe35423de951b32ce5f8494c920760528ac32bb0878272. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05d358bf3f28dc0fc0fe35423de951b32ce5f8494c920760528ac32bb0878272, en de alinea staat in dat document op bytes 19393 tot 20121.