Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1155.

14. In de aanvullende schriftuur en de nadere toelichting daarop wordt hoofdzakelijk ingegaan op “de omstandigheid dat het rechtsmiddel niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is ingesteld”. Ten aanzien van de in acht te nemen cassatietermijn wordt enkel opgemerkt (aanvullende schriftuur) dat “uit de stukken blijkt dat de bijzondere volmacht door rekwirant per email (tijdig) is verstuurd” en (nadere toelichting daarop) dat de “omstandigheid dat de medewerker van de griffie niet op 29 december 2014 maar eerst op 16 januari 2015 een akte instellen cassatieberoep heeft opgemaakt, met aanhechten van de per email verstuurde brief van 29 december 2014, de rekwirant niet [kan] worden tegengeworpen”, waarbij wordt verwezen naar HR 27-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:130 (rov. 2.4.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05d358bf3f28dc0fc0fe35423de951b32ce5f8494c920760528ac32bb0878272. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05d358bf3f28dc0fc0fe35423de951b32ce5f8494c920760528ac32bb0878272, en de alinea staat in dat document op bytes 20683 tot 21490.