Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1155.

16. Waar het om gaat is dat de griffier ingevolge art. 451, derde lid, Sv onverwijld dag en uur van ontvangst dient aan te tekenen (met een stempel bijvoorbeeld). Deze wetsbepaling heeft daarbij het oog op het hoger beroep of het beroep in cassatie dat bij aangetekende brief is gedaan. Hetzelfde zou dan moeten gelden voor de bedoelde e-mail met bijlage, zolang het bepaalde van art. 450, vierde lid, Sv, zoals hierboven aangehaald, niet in werking is getreden. En daarin schuilt het probleem in de onderhavige zaak. Al aangenomen dat de dagtekening van 29 december 2014 en het tijdstip van 12:19 ook van toepassing zijn op de bijlage – en daar wil ik in alle redelijkheid ook wel van uitgaan –, dan nog is onduidelijk wanneer het e-mailbericht met de bijlage bij de administratie van het hof is binnengekomen. Onder de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich geen afdruk van het ontvangen e-mailbericht. Voorts wordt doorgaans bij stukken die anders dan per faxbericht bij de gerechten binnenkomen door middel van een stempel de datum van ontvangst bevestigd. In de onderhavige zaak is aan de akte cassatie enkel de volmacht gehecht en daarop is niet met een stempel of anderszins aangegeven wanneer dit stuk is ingekomen. Onbeantwoord blijft de vraag waarom de akte van cassatie pas op 16 januari 2015 is opgemaakt. Een andere vraag is of de verdediging niet te lang heeft stilgezeten. Had van haar onder deze omstandigheden niet een meer actieve procesopstelling mogen worden verwacht? Ook de verdediging behoort immers te weten dat in strafzaken wordt uitgegaan van de ontvangsttheorie en niet van de datum van verzending. In de bijzondere volmacht valt het verzoek te lezen om de opgemaakte akte te faxen naar het faxnummer van het kantoor. Had daar dan door het uitblijven van die akte niet een belletje moeten gaan rinkelen? De voormalig secretaris van het kantoor van mr. Van Gaalen heeft blijkens bijlage 2 van de aanvullende schriftuur weliswaar verklaard dat “hij over het uitblijven van de akte in deze zaak meerdere malen contact heeft gezocht met ene “[betrokkene 2]”", maar met die enkele mededeling kan ik niet uit de voeten. Of dat contact daadwerkelijk tot stand is gekomen en of dat nog binnen de cassatietermijn is geweest en wie deze [betrokkene 2] überhaupt is, is niet duidelijk. Dit zijn allemaal vragen die, om daarop een antwoord te kunnen krijgen, een onderzoek van feitelijke aard zouden vergen en daarvoor is in cassatie geen plaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05d358bf3f28dc0fc0fe35423de951b32ce5f8494c920760528ac32bb0878272. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05d358bf3f28dc0fc0fe35423de951b32ce5f8494c920760528ac32bb0878272, en de alinea staat in dat document op bytes 22175 tot 24777.