Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:116.
Volgens de daarop voortbouwende tweede klacht van het onderdeel heeft het hof door (i) in rechtsoverweging 12 het oordeel van de rechtbank over te nemen dat moet komen vast te staan dat sprake is van een aan de betalingsverplichting van [de vrouw] ten grondslag liggende titel, (ii) in rechtsoverweging 13 “te spreken van een voorshands oordeel (dat sprake is geweest van geldleningen) en (iii) in rechtsoverweging 13 te overwegen dat [de vrouw] er deels in is geslaagd om het voorshandse oordeel te ontzenuwen, miskend dat indien een crediteur zich beroept op een schuldbekentenis, de crediteur daarmee in beginsel zijn vorderingsrecht met betrekking tot de volgens die schuldbekentenis verschuldigde geldsom heeft bewezen en voorts dat dat bewijs op de voet van art. 157 lid 2 Rv tussen partijen in beginsel dwingend bewijs oplevert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1, en de alinea staat in dat document op bytes 12764 tot 13617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1 | shasum -a 256