Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:116.
In zijn conclusie vóór HR 13 juni 1997 , waarin hij met verwijzing naar o.a. Scheltema/Wiarda/Meijers het leerstuk en zijn ontstaansgeschiedenis bespreekt, sluit A-G Bakels zich aan bij de leer, zoals gepreciseerd door Eggens, dat de cautio indiscreta een – voorheen in het materiële recht verdwaald – (in abstracto) dwingend bewijsmiddel is, waarbij de schuldeiser zich kan beroepen op een in een akte neergelegde betalingsbelofte, en het op de weg ligt van de schuldenaar het ontbreken of de gebrekkigheid daarvan aan te tonen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1, en de alinea staat in dat document op bytes 14948 tot 15625.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1 | shasum -a 256