Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:116.

Nu aldus aan de vereisten van art. 158 lid 1 Rv is voldaan, leveren de schuldbekentenissen als onderhandse akte op de voet van art. 157 lid 2 Rv dwingend bewijs op van hetgeen daarin is verklaard. Omdat de werking van de processuele abstractie bij een handgeschreven schuldbekentenis samenvalt met het voorschrift van art. 157 lid 2 Rv, kon [de man] – in de woorden van Bakels – zich op de in de schuldbekentenis neergelegde betalingsbelofte beroepen, waarna het op de weg van [de vrouw] lag het ontbreken van die betalingsbelofte of de gebrekkigheid daarvan aan te tonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1, en de alinea staat in dat document op bytes 20957 tot 21611.