Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:116.

De rechtbank is in haar vonnis van 17 augustus 2011 in rechtsoverweging 4.9 uitgegaan van de onaantastbaarheid van de door [de vrouw] ondertekende schuldbekentenissen en heeft vervolgens geconstateerd dat in de schuldbekentenissen geen melding wordt gemaakt van de door [de man] aan zijn vordering ten grondslag gelegde overeenkomst van geldlening, zodat aan de schuldbekentenissen geen dwingend bewijs kan worden ontleend voor die stelling van [de man]. Op basis van haar oordeel dat de overeenkomst nog moet komen vast te staan maar dat die wel voorshands aannemelijk is, heeft de rechtbank [de vrouw] overeenkomstig het door haar ter comparitie gedane bewijsaanbod in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren tegen het voorshands aannemelijke oordeel dat zij met [de man] overeenkomsten van geldlening heeft gesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87c11a0904e6c9e2f10824593ae80c2fb48c485699eb7f6e77ecb4bb3af6cac1, en de alinea staat in dat document op bytes 23962 tot 24800.