Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 6.5. Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1161.

Een aanzienlijk deel van de op het stuk van het verschoningsrecht gevormde jurisprudentie heeft betrekking op de vraag of het desbetreffende stuk al dan niet voorwerp is van het strafbaar feit of tot het begaan daarvan heeft gediend. Daarover gaat het bij de onderhavige cassatieberoepen niet. Het gaat hier om de vraag of de stukken die onder [klager 1] in beslag zijn genomen, überhaupt kunnen worden aangemerkt als object van de bevoegdheid tot verschoning van zijn advocaat [klager 2]. De bevoegdheid tot verschoning strekt zich - zo blijkt uit onder meer HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3258, rov. 3.3 - enkel uit over hetgeen waarvan de wetenschap aan de verschoningsgerechtigde als zodanig is toevertrouwd. Een advocaat komt daarom alleen een verschoningsrecht toe in het kader van zijn juridische dienstverlening aan een rechtzoekende die zich tot hem heeft gewend vanwege zijn hoedanigheid van advocaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45057597529bbe8e55fcc28486f3e872370e26ae584fcd3217fee7a61f7347f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45057597529bbe8e55fcc28486f3e872370e26ae584fcd3217fee7a61f7347f5, en de alinea staat in dat document op bytes 20426 tot 21357.