Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1164.

Nu in de onderhavige zaak het voorwaardelijk ontslag van betrokkene met ingang van 2 april 2016 definitief is geworden bij gebreke van een tijdig verzoek tot het verlenen van een aansluitende machtiging tot voortgezet verblijf, kon na het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging niet meer met vrucht een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene worden verzocht. De slotsom is dat de rechtbank in dit geval in strijd met de wet een machtiging tot voortgezet verblijf heeft verleend. Onderdeel II slaagt. De subsidiaire klacht van onderdeel I over de maximaal mogelijke geldigheidsduur behoeft daarom geen bespreking meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/697d586467359d121eb1e926506e93a22348a0a5b8e1d4088371067d700968c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 697d586467359d121eb1e926506e93a22348a0a5b8e1d4088371067d700968c7, en de alinea staat in dat document op bytes 24476 tot 25139.