Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1166.

De onderdelen 1 t/m 3 en 5 zijn gericht tegen de hiervoor geciteerde rov. 3.1 van het tussenarrest van 16 september 2014 en 2.1 van het eindarrest. De klachten komen erop neer dat het hof een onjuiste, althans − voor het geval geen sprake is van recht in de zin van art. 79 RO − onbegrijpelijke, uitleg heeft gegeven aan de WCAM-overeenkomst (onderdeel 5). Uit art 2.2 sub f van de WCAM-overeenkomst blijkt dat zij niet ziet op een effectenleaseovereenkomst die onderwerp is van een minnelijke regeling tussen Dexia en de Contractant, waaronder het Dexia Aanbod (onderdeel 1). Daaraan doet niet af dat onzekerheid is blijven bestaan over de rechtsgeldigheid van de effectenleasecontracten, welke onzekerheid vatbaar was voor beëindiging door de WCAM-overeenkomst (onderdeel 2). Uit de art. 2.3 en 2.4 van de WCAM-overeenkomst kan worden begrepen dat indien een Contractant gerechtigde is, zijn partner tevens gerechtigde is, althans kan zijn. Daaruit kan echter niet, althans niet zonder meer, volgen dat indien een contractant volgens de WCAM-overeenkomst geen gerechtigde is, zijn partner dat in tegendeel juist wél is (onderdeel 3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b6073cf52f85814ea45046b11e04271ccb4d34531f7fa462ed5bd45168b1074. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b6073cf52f85814ea45046b11e04271ccb4d34531f7fa462ed5bd45168b1074, en de alinea staat in dat document op bytes 13794 tot 14989.