Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1169.

Ofschoon de wet hogere voorziening tegen een krachtens art. 251 lid 1 gegeven beschikking niet uitdrukkelijk uitsluit, moet op grond van de strekking van deze bepaling worden geoordeeld dat een hogere voorziening tegen een zodanige beschikking niet is toegelaten. Hiervoor gelden dezelfde redenen als voor de uitsluiting van hogere voorziening in art. 268 lid 3, die in de MvA als volgt is toegelicht: ‘Een definitieve beslissing op het verzoek dient snel te kunnen worden verkregen, niet alleen om de executie zo min mogelijk op te houden, maar ook omdat de koper niet langer dan strikt nodig is in het onzekere mag worden gelaten of de onderhandse verkoop aan hem doorgang zal vinden.’ (Parl. Gesch. Boek 3, blz. 824).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcbf3f25b92ff182dc2e4a26422b2c6cec8c1c709c0cd6971bb70efa51fcff2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcbf3f25b92ff182dc2e4a26422b2c6cec8c1c709c0cd6971bb70efa51fcff2, en de alinea staat in dat document op bytes 17298 tot 18095.