Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.3.3 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1169.

Een en ander valt in die zin te verstaan dat het antwoord op de vraag of voor een rechterlijke beslissing een uitsluiting van een hogere voorziening wel in hoge mate afhangt van wat daaromtrent in de wet met zoveel woorden is bepaald, maar dat de wettekst toch niet uitsluitend beslissend is. Blijkt van een ‘vergissing’ van de wetgever dan is er ruimte voor het aannemen van een uitsluiting van een hogere voorziening. ( ) Wel rijst in dit verband nog de vraag onder welke omstandigheden tot een vergissing aan de zijde van de wetgever kan worden geconcludeerd. Is daartoe vereist dat blijkens de wetshistorie bij de wetgever een bepaalde bedoeling heeft voorgezeten die vervolgens als gevolg van een omissie niet in de wettekst is verwoord ( ) of kan reeds van een vergissing worden gesproken wanneer gevallen, die aan elkaar gelijk zijn of althans in hoge mate aan elkaar gelijk zijn, niet gelijk worden geregeld, terwijl voor een verschil in regeling van beide gevallen in de wetsgeschiedenis geen rechtvaardigingsgrond wordt gegeven en deze ook overigens niet valt aan te nemen? Hier wordt geopteerd om ook in het laatste geval te spreken van een vergissing. Voor het rechtvaardigheidsgevoel, dat in de rechtspraktijk ook een belangrijke rol speelt, is het ongelijk geregeld zijn en laten van gevallen, die aan elkaar gelijk zijn of althans in hoge mate aan elkaar gelijk zijn zonder dat daarvoor in de wetsgeschiedenis of anderszins een rechtvaardigingsgrond is te vinden, ook hoogst onbevredigend. Bovendien zou het aanhouden van de hiervoor genoemde strikte betekenis van het begrip vergissing meebrengen dat dan in zijn geheel op de beschikking van 17 juni 1994 van de Hoge Raad moet worden teruggekomen. Uit de wetsgeschiedenis van de artikelen 3:251 en 3:268 BW blijkt immers niet waarom het invoeren van een uitsluiting van hogere voorzieningen tegen de in artikel 3:251 lid 1 BW genoemde beschikkingen bij het ontwerpen van dat artikel achterwege is gebleven; zie hierboven voetnoot 9. Nu de beschikking van de Hoge Raad geen werkelijke bestrijding heeft gekregen ( ) , lijkt het terugkomen op de beschikking niet gewenst. CEREC bepleit dat ook niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcbf3f25b92ff182dc2e4a26422b2c6cec8c1c709c0cd6971bb70efa51fcff2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcbf3f25b92ff182dc2e4a26422b2c6cec8c1c709c0cd6971bb70efa51fcff2, en de alinea staat in dat document op bytes 23325 tot 25889.