Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:117.

In de variant dat stelplicht en bewijslast op [eiser 1] rusten, klaagt onderdeel Ic dat onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat [eiser 1] niet heeft gesteld dat aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan, gezien zijn stelling dat [verweerster], gelet op het kenbare grote nadeel voor hem, bij een juiste voorstelling van zaken had moeten weten dat hij de overeenkomst niet had willen aangaan. Wanneer het hof deze stelling niet over het hoofd heeft gezien, is het hof volgens onderdeel Id uitgegaan van een te vergaande stelplicht ten aanzien van het kenbaarheidsvereiste dat een uitwerking vormt van de goede trouw (art. 3:11 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272, en de alinea staat in dat document op bytes 38362 tot 39090.