Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:117.

Het kenbaarheidsvereiste is opgenomen in elk van de drie in art. 6:228 lid 1 BW genoemde dwalingsgevallen, (a) inlichting, (b) schending van een mededelingsplicht en (c) wederzijdse dwaling. Het kenbaarheidsvereiste ligt in het sub b bedoelde geval besloten in de woorden “behoren in te lichten”. In dit geval lijken stelplicht en bewijslast in beginsel te rusten op de dwalende, die feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit blijkt dat de wederpartij hem had behoren in te lichten. De bepalingen sub a en sub c gieten het vereiste echter in de vorm van een tenzij-bepaling, wat er op wijst dat stelplicht en bewijslast in beginsel op de wederpartij rusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272, en de alinea staat in dat document op bytes 41908 tot 42652.