Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Onder 3.13.2 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:117.
Per saldo is de parlementaire geschiedenis weinig behulpzaam nu daarin niet afzonderlijk wordt ingegaan op de kwestie van stelplicht en bewijslast. Evenmin wordt aangegeven of op dit punt een afwijking is beoogd van het voor 1 januari 1992 geldende recht, waarin er veelal van werd uitgegaan dat stelplicht en bewijslast op de dwalende rusten. Daarom blijft onduidelijk of inderdaad de tenzij-formulering van de onder a en c bedoelde dwalingsgevallen doorslaggevend is, niettegenstaande het bedoelde belang van kenbaarheid voor alle dwalingsgevallen en de bedoelde mogelijke overlap van de verschillende dwalingsgevallen. Tegen die achtergrond is immers niet evident dat stelplicht en bewijslast ter zake van de kenbaarheid zouden moeten verschillen al naar gelang het dwalingsgeval. In de literatuur wordt overigens weer opgemerkt dat op het punt van stelplicht en bewijslast wel verschillen tussen de dwalingsgevallen kunnen optreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272, en de alinea staat in dat document op bytes 44245 tot 45322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a15a3ab56820ec33bd91d1c9d89ce7ea20dad936a0aed64124e83c87b2f8c272 | shasum -a 256