Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.27. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1171.
Is dit nu anders, wanneer de rechter die de dwangsomsanctie oplegt per tijdseenheid (in dit geval: voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de onder 5.1 door de voorzieningenrechter uitgesproken veroordeling voldoet) zonder aan deze sanctie een maximumbedrag te verbinden? Alvorens een antwoord op deze vraag te geven, noteer ik enkele voorschriften die het opleggen van een dwangsom regelen. De burgerlijke rechter kan geen dwangsom opleggen indien dit niet gevorderd is. De woorden ‘op vordering van een der partijen’ in art. 1 lid 1 van de Eenvormige Benelux-wet betreffende de dwangsom brengen niet mee dat bedoelde partij verplicht is het bedrag en de modaliteiten van de dwangsom aan te geven; zij laten toe dat een partij een dwangsom vordert zonder bedrag en modaliteiten te noemen . Mits het opleggen van een dwangsom gevorderd is, is de rechter vrij om te bepalen óf een dwangsom wordt opgelegd en, zo ja, wat de hoogte daarvan is . Een door de rechter opgelegde dwangsom kan in een volgende procedure worden verhoogd indien de aanvankelijk opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel tot nakoming blijkt te vormen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b, en de alinea staat in dat document op bytes 58778 tot 60118.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b | shasum -a 256