Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1171.
In de tweede plaats verdient opmerking dat de betrokken persoon kan worden gehinderd in het recht zich behoorlijk te verdedigen indien hij of zij geen idee heeft waarover de door de Belastingdienst verlangde informatie gaat: het gaat, zoals gezegd, om een ruim geformuleerde informatievordering. Ten tijde van de behandeling in hoger beroep is in ieder geval één concreet voorbeeld ter sprake gekomen, waaruit de Staat de mogelijke betrokkenheid van de belastingplichtige bij een (door hem niet bij de Belastingdienst opgegeven) vermogensbestanddeel in het buitenland afleidt, te weten een rekening bij de Bank van Lanschot in Luxemburg. Daarop heeft het verweer zich in ieder geval kunnen richten. Ik wil de gevolgen van identiteitsfraude allerminst bagatelliseren , maar in dit geding is de belastingplichtige m.i. niet veel verder gekomen dan dat de mogelijkheid bestaat dat iemand anders met dezelfde naam en voorletters een rekening bij die bank heeft gehad . Het hof heeft deze mogelijkheid onder ogen gezien aan het slot van rov. 3.7.3, maar de tegenwerping onvoldoende geacht. De klachten van onderdeel 1 falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b, en de alinea staat in dat document op bytes 39715 tot 40975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b | shasum -a 256