Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1171.
Onderdeel 3 is gericht tegen het oordeel (in rov. 3.5, 3.7.5 en 3.10) dat het door art. 254 lid 1 Rv vereiste spoedeisend belang van de Staat bij de gevorderde voorziening nog steeds aanwezig is. Het door de Staat gestelde spoedeisende belang is omschreven in rov. 3.2.2. Volgens het middelonderdeel heeft de belastingplichtige in de procedure bij het hof aangegeven dat in twee tranches navorderingsaanslagen zijn opgelegd over het tijdvak 1998 – 2011. Volgens de belastingplichtige kan de Belastingdienst over dit tijdvak toch geen (nieuwe) navorderingsaanslagen meer opleggen, omdat in dat – veronderstelde – geval sprake zou zijn van ‘ambtelijk verzuim’: enerzijds omdat de Belastingdienst de informatiebeschikking buiten werking heeft gesteld door een nieuwe aanslag op te leggen (zie art. 52a, lid 3, AWR); anderzijds omdat de Belastingdienst al geruime tijd op de hoogte was van de (verzwegen) buitenlandse bankrekening en niettemin een aanslag oplegt . Volgens de klacht heeft het hof dit verweer miskend, althans deze argumenten niet behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b, en de alinea staat in dat document op bytes 43039 tot 44226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b | shasum -a 256