Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.17. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1171.
Onderdeel 4 komt neer op de klacht dat het hof heeft miskend dat de belastingplichtige niet kan worden gedwongen tot zelfincriminatie. De toelichting op deze klacht verwijst naar de hiervoor al genoemde arresten van de Hoge Raad van 12 juli 2013 en 25 oktober 2013. De klacht is in het bijzonder gericht tegen rov. 3.7.3 en rov. 3.9.2 van het bestreden arrest, waarin het hof overwoog dat de Staat voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de belastingplichtige niet bereid is gebleken de op grond van de AWR gewenste openheid van zaken aan de Belastingdienst te geven. Ook is de klacht gericht tegen rov. 3.11.2, waarin het hof vaststelt dat de eerdere met een dwangsomsanctie versterkte veroordeling van de belastingplichtige niet tot resultaat heeft gehad dat hij zijn verplichtingen op grond van art. 47 AWR geheel is nagekomen. Volgens subonderdeel 4.1 mag het verstrekken van de gevraagde informatie niet van de belastingplichtige worden gevergd zolang niet vaststaat dat hij rekeninghouder is bij de Bank Van Lanschot in Luxemburg. Voor zover het hof voor ogen heeft gehad dat de belastingplichtige onvoldoende informatie heeft verstrekt over andere vermogensbestanddelen in het buitenland (dan een rekening bij de Bank Van Lanschot in Luxemburg), voert het middel aan dat hij aan de Belastingdienst te kennen heeft gegeven dat hij het gesprek wilde aangaan mits de Belastingdienst de te verstrekken inlichtingen niet zou gebruiken voor ‘punitieve’ doeleinden. In reactie op dit verweer heeft het hof in rov. 3.9.2 overwogen dat de Belastingdienst op voorhand geen restrictie behoeft aan te brengen m.b.t. hetgeen de inspecteur met het gespreksverslag zal gaan doen. Volgens de klacht is dit oordeel – en is het ontbreken van de door hem geëiste garantie - in strijd met de aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad (subonderdelen 4.2 – 4.3). Ten slotte klaagt het middelonderdeel dat het bestreden oordeel in strijd is met de rechtspraak van het EHRM over het ‘verbod op zelfincriminatie’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b, en de alinea staat in dat document op bytes 45546 tot 47617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b | shasum -a 256