Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1171.

Bij de tweede klacht – over het oordeel in rov. 3.9.2, de alinea die begint met “Voor zover …” – mist de belastingplichtige belang: in hoger beroep stond niet ter beoordeling of de Belastingdienst in het gevoerde overleg een toezegging had moeten doen over het gebruik dat zij zou maken van de informatie wanneer de belastingplichtige deze eenmaal zou hebben verstrekt. Ter beoordeling stond of de vordering van de Belastingdienst kon worden toegewezen. Die vordering in kort geding is, zoals het hof in rov. 3.2.1 constateert, beperkt met een bepaling dat, voor zover de gevorderde gegevens en inlichtingen betrekking hebben op materiaal waarvan het bestaan afhankelijk is dan de wil van de belastingplichtige, dit materiaal verstrekt zal worden met de restrictie dat het slechts zal worden gebruikt ten behoeve van de belastingheffing. Dat oordeel is geheel in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013. De slotsom is dat onderdeel 4 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de78ea432ffea89a29e43a498d8acf775eff4e9234dbc930ba0543da3c3a08b, en de alinea staat in dat document op bytes 48083 tot 49063.