Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.

Het incidenteel cassatieberoep is voorgedragen onder de hiervoor onder 3.4 omschreven voorwaarde. Ook op dit punt is het dictum van het hof niet glashelder, maar ik ga er vanuit dat het hof met de zinsnede dat 'partijen – tezamen met de overige deelgenoten' gelast wordt te verdelen met inachtneming van de in stand gebleven beslissingen van de rechtbank en de beslissingen van het hof, bedoeld heeft dat het arrest ook kracht van gewijsde heeft jegens [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. Dit is in overeenstemming met de heersende leer, dat het hof ambtshalve het ius recursum extensum dient toe te passen en zijn uitspraak ook gelding dient te geven jegens de niet-appellerende medegedaagden (zie onder 3.12). Daaruit zou volgen dat niet voldaan is aan de voorwaarde waaronder het incidentele cassatieberoep is ingesteld. Mocht mijn voorstel worden gevolgd dat het principale cassatiemiddel slaagt omdat door het hof uitspraak is gedaan over de rechten van [betrokkene 2] en [betrokkene 3] zonder dat zij daarover zijn gehoord, dan brengt dat mee dat (ook dan) de voorwaarde níet is vervuld. Het arrest heeft dan immers geen rechtsgevolg, dus ook niet tegenover [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. Na vernietiging zal het hof waarnaar de zaak wordt verwezen alsnog gelegenheid moeten geven aan [verweerder] – als appellant is hij de daartoe het meest geëigende partij – om [betrokkene 2] en [betrokkene 3] op de voet van art. 118 Rv op te roepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 69577 tot 71103.