Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.

Onderdeel 2 klaagt erover dat het hof ten onrechte niet (de wijze van) verdeling heeft gelast. Het hof heeft de veroordeling van [verweerder] tot betaling aan [eiseres] van het aan haar toekomende aandeel in de nalatenschap vernietigd en heeft daarbij partijen louter gelast de nalatenschap te verdelen met inachtneming van de in stand gebleven beslissingen van de rechtbank en de beslissingen van het hof. Dat is rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk. Bij een vordering op de voet van art. 3:185 BW dient de rechter namelijk in beginsel de wijze van verdeling van de gemeenschap te gelasten dan wel de verdeling van de gemeenschap vast te stellen. Beide partijen hebben ook betaling respectievelijk afrekening gevorderd. Onder die omstandigheden is onjuist of onbegrijpelijk dat het hof heeft volstaan met het gelasten dat partijen de nalatenschap (zelf) dienen te verdelen met inachtneming van de beslissingen van de rechtbank en het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 13772 tot 14792.