Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.

Naar geldend recht kan het hof appellant niet ambtshalve niet-ontvankelijk verklaren in zijn beroep. Snijders heeft verdedigd dat er toch veel voor te zeggen valt om ambtshalve tot niet-ontvankelijkverklaring over te gaan in het geval de rechter van oordeel is dat het rechtens werkelijk noodzakelijk is dat nog een of meer anderen als procespartij in recht worden betrokken. Bakels, Hammerstein en Wesseling-van Gent betogen daarentegen dat het hier niet gaat om een kwestie die de openbare orde raakt, zodat een ambtshalve niet-ontvankelijkverklaring niet in de rede ligt. Volgens Van Schaick moet de rechter die zelf constateert dat (i) sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding en (ii) niet alle betrokken partijen in de procedure zijn betrokken, de meest gerede partij in de gelegenheid stellen om alsnog op de voet van art. 118 Rv de overige betrokkenen in de procedure te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 25862 tot 27037.