Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.

Bij de aanvaarding van de figuur van het ius recursus extensum speelt mee dat verondersteld werd dat het hoger beroep van de solo-opererende appellant geen nadelige gevolgen zal meebrengen voor de niet-appellerende medegedaagden. Bij het falen van het hoger beroep zal hun positie ongewijzigd blijven, mede vanwege het verbod op een reformatio in peius. Bij het slagen van het hoger beroep zal hun positie er op vooruit gaan, zo werd aangenomen. Met ander woorden, het ius recursus extensum strekt in het algemeen in het voordeel van de niet-appellerende medegedaagden. Zo merkt A-G Eggens in zijn conclusie bij het arrest uit 1952 ( Den Ouden/Van Rooij ) het volgende op (onderstreping a-g):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 33429 tot 34336.