Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.

In de literatuur is de door de Hoge Raad gekozen oplossing van het ius recursus extensum niet door alle auteurs enthousiast ontvangen. Overigens heb ik geen literatuur aangetroffen waarin in dit verband specifiek wordt gewezen op de mogelijkheid dat de positie van de niet-appellerende medegedaagde negatief wordt beïnvloed door het ius resursus extensum. Volgens Haardt doet de figuur van het ius recursus extensum ‘wat geforceerd aan’ en kan het in zijn toepassingen nog wel eens moeilijkheden opleveren. Haardt schrijft dat het weinig bevredigend is dat partijen voor wie de afloop van het geding van het grootste belang kan zijn, (verder) buiten het geding gelaten worden. Volgens hem zou aan dit probleem tegemoet kunnen worden door in een situatie van een 'solo-opererende appellant' de rechter te verplichten om de niet-appellerende medegedaagden op de voet van art. 118 Rv als derden in het geding te roepen. Hierbij is op te merken dat ten tijde van het arrest uit 1952 de mogelijkheid om derden in het geding te roepen niet bestond; deze ontstond pas met de invoering van art. 12a Rv (oud) in 1992.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 39383 tot 40715.