Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.
Een oplossing die meer voor de hand ligt dan niet-ontvankelijkheid is de onder 3.14 geschetste weg, namelijk het op de voet van art. 118 Rv oproepen van de niet-appellerende medegedaagden. Het oproepen van derden op de voet van art. 118 Rv is een vorm van gedwongen partijdeelname. Soms bestaat daarvoor een wettelijke grondslag, bijvoorbeeld bij art. 5:32 BW (vastlegging grens) en art. 5:95 BW (rechtsvorderingen bij erfpacht). Maar ook zonder wettelijke grondslag kan er een verplichting zijn om derden in het geding te roepen, zoals in een geschil over een noodweg. Daarnaast is in de rechtspraak in meer algemene zin tot uitgangspunt genomen dat indien zich voordoet dat de rechter van oordeel is dat er meer partijen in het geding moeten worden betrokken dan zijn gedagvaard, de rechter gelegenheid behoort te geven tot het alsnog oproepen van die partijen. Zie HR 15 maart 2003 (Schepen Onderlinge Nederland):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 45341 tot 46510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581 | shasum -a 256