Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.
"Overigens verdient opmerking dat indien blijkt dat bedoeld is de gezamenlijke maten te dagvaarden, maar niet alle (rechts)personen zijn gedagvaard die ten tijde van de dagvaarding maat waren, de rechter, desverzocht of zo hij het nodig oordeelt dat de niet gedagvaarde maten aan het geding (kunnen) deelnemen, in beginsel gelegenheid behoort te geven om die personen alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv." In aansluiting op de hier geformuleerde regel zou ook in een geval als het onderhavige kunnen worden aangenomen dat de rechter, desverzocht of ambtshalve, in beginsel gelegenheid behoort te geven om de niet-appellerende medegedaagden alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv. Voor alle duidelijkheid: dat beperkt zich dus tot de situatie dat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Als daarvan geen sprake is, geldt de hoofdregel dat de uitspraak in hoger beroep alleen werking heeft ten opzichte van de in hoger beroep betrokken partijen (zie onder 3.12). Het ligt voor de hand dat de appelrechter die gelegenheid biedt bij aanvang van de appelprocedure, dus niet pas nadat duidelijk wordt dat de beslissing in hoger beroep nadelig gaat uitpakken voor de niet-appellerende medegedaagden. Dit betekent dat ook in geval het ius recursum extensum zich voordoet op de wijze zoals het oorspronkelijk is bedacht, ten gunste van de niet-appellerende medegedaagden, oproeping moet plaatsvinden. Het is vervolgens aan de opgeroepen niet-appellerende medegedaagden om te kiezen of zij al dan niet willen verschijnen in de procedure in hoger beroep. Maar ook bij niet-verschijning kwalificeren degenen die als derden zijn opgeroepen als partij in het geding. Dit heeft tot gevolg dat de uitspraak in appel ook jegens hen geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen. Daaruit vloeit dan automatisch voort dat de uitspraak in appel kracht van gewijsde heeft voor deze als derde opgeroepen partijen. Het gevolg daarvan is dat het ius recursum extensum in feite een overbodig leerstuk is geworden. De niet-appellerende medegedaagden zijn immers zelf partij geworden in hoger beroep, ongeacht of zij wel of niet verschenen zijn. Het vonnis van de rechtbank heeft dan jegens hen geen kracht van gewijsde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 46520 tot 49012.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581 | shasum -a 256