Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.

In de literatuur wordt er vanuit gegaan dat het recht op en de verplichting tot verdeling van een gemeenschap ondeelbaar zijn, in die zin dat de deelgenoten daartoe slechts tezamen gerechtigd en verplicht zijn. Hiermee wordt geduid op de materiële ondeelbaarheid van de rechtsverhouding. Nauw daarmee verbonden, maar daarmee niet samenvallend, is de vraag of ten aanzien van de vordering tot verdeling van de gemeenschap ook sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad is af te leiden dat niet elke procedure in verband met verdeling een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft. Uit een arrest van 28 juni 1946 volgt dat alleen indien de in het kader van de verdeling van een gemeenschap voorliggende vordering of het voorliggende verzoek een kwestie betreft waarover het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten opzichte van elk der deelgenoten in dezelfde zin luidt (in het arrest aangeduid als 'prejudiciële kwestie'), alle deelgenoten in het geding moeten worden betrokken. Als een dergelijke ‘prejudiciële kwestie’ is aan te merken (bijvoorbeeld) de vraag welke personen deelgenoot zijn in de gemeenschap, of er reeds een verdeling heeft plaatsgevonden, wat de samenstelling is van de gemeenschap en de omvang van een schuld van een deelgenoot aan de gemeenschap. De vordering die in het arrest van 28 juni 1946 aan de orde zijnde was, die tot veroordeling van een andere deelgenoot tot medewerking aan de verdeling, werd níet als zo'n ‘prejudiciële kwestie’ beschouwd. Het was dus niet noodzakelijk dat alle deelgenoten in de procedure waren betrokken, zodat het honoreren door rechtbank en hof van de exceptio plurium litis consortium onjuist was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 50155 tot 52192.